Blogfoto

Blogfoto

donderdag 24 februari 2011

Ko Phi Phi - Ko Lanta - Krabi - Khao Sok - Ko Pha Ngan - Ko Tao

Zuid-Thailand, een land apart. De massa's westerse toeristen maakten het immers soms moeilijk om te geloven dat we wel degelijk in een Aziatisch land waren. Maar we geven de kritikasters ook ongelijk: de stranden waren prachtig, het water was turquoise blauw en gelukkig voor ons was de zon bijzonder aanwezig.

We begonnen niet onaardig met Ko Phi Phi, wellicht het mooiste van de Thaise eilanden en dus behoorlijk indrukwekkend als eerste kennismaking met dit eilandenparadijs. (Voor de pientere lezer: "Ko" is Thai voor "eiland".) Door de kleine omvang van het eiland is het massatoerisme echter onvermijdelijk en kwatongen spreken zelfs over dit eiland als het nieuwe Ibiza.

Gezinsvriendelijk Ko Lanta was dan ook een aangename opvolger. Bij een snorkeltripje wisten we een haai te spotten. (Nader onderzoek wees uit dat het om een rifhaai ging. Een tiener-rifhaai, maar toch.)

Hierna zochten we tijdelijk het vasteland op, te beginnen in Krabi. Met zijn spectaculaire rotsformaties leek het brommerritje naar het strand weggeplukt uit een racespelletje.

We ruilden even de stranden om voor een jungle in het nationaal park van Khao Sok. De palmbomen werden vervangen door oeroude, gigantische bomen; de tropische vissen door bloedzuigers.

Ko Pha Ngan is het feesteiland bij uitstek maar wij zochten ons een afgelegen, rustig strandje en brachten de dagen lezend, zwemmend en doorgaans horizontaal door.

Genoeg gerust, zo vonden wij ook, en dus schreven we ons in Ko Tao in voor een driedaagse duikcursus en bevonden we ons niet veel later tussen de koraalriffen en tropische vissen. Sinds kort kunnen we ons dan ook met gepaste trots Open Water duikers noemen.

Aan alles komt een eind, en zo zitten we opnieuw in Bangkok, klaar om binnen een paar daagjes terug te keren naar Belgie. Tot spoedig!

woensdag 2 februari 2011

Vientiane - Vang Vieng - Luang Prabang

Het tweede deel van onze trip door Laos behelsde de klassieke combo van de drie meest bezochte steden - de hoofdstad Vientiane, het beruchte Vang Vieng en de "Mekong-parel" Luang Prabang - met als toetje een tweedaagse boottocht op de Mekong.

Als je in rekening bracht dat ze een hoofdstad is van een Zuid-Oost-Aziatisch land, viel Vientiane nogal zwak uit, maar toch was het aangenaam vertoeven in deze lichtgewicht hoofdstad. We bezochten enkele tempels en een surrealistisch beeldenpark, en lieten ons verwennen door de gevarieerde (aangezien toeristische) keuken, inclusief een bezoekje aan de Belg voor mosselen friet!

Initieel toeristische trekpleister door zijn spectaculaire ligging te midden van berg- en rotsformaties is Vang Vieng uitgegroeid tot het Westers feestdorpje van Zuid-Oost-Azie. 'Tubing' is de vette melkkoe in kwestie. Ruw geschetst: liggend op de binnenband van een tractor dobber je een rivier af en onderweg breng je - bij voorkeur zoveel mogelijk - bezoekjes aan de omliggende barretjes, sommigen met indrukwekkende glijbanen en slingers. De beroepsfeesters weten wel beter en laten hun binnenband achterwege en vertoeven 100% van hun tijd in de bars; het feitelijke 'tuben' is eerder voor de softies - wij dus.

Iets meer op onze plaats voelden we ons dan in Luang Prabang. Hoewel het eerder bezochte Vientiane qua spectaculaire bezienswaardigheden niet moet onderdoen voor deze kleine stad, kunnen we Luang Prabang vlot beschouwen als mooiste stad die we tot nu toe in Zuid-Oost-Azie hebben gezien. In de groene straatjes en bochtige steegjes en te midden van de talrijke tempels, kloosters en hun bijhorende monniken was het voor ons niet moeilijk om hier vier volle dagen lui en ongehaast rond te sjokken.

Een tweedaagse trip op de Mekong ging dan ook mooi verder op dit luie elan en zo zitten we ondertussen (terug) in Chiang Mai, Thailand, pikken we wat flarden mee van het Chinees Nieuwjaar en maken we ons klaar om verder te reizen naar het zuiden van dit land.

Verwacht van ons nog één bericht. Wij rekenen op de bereidheid van de weergoden en voorspellen nu al een beknopte inhoud: zon, zee, strand.

vrijdag 21 januari 2011

Si Phan Don - Pakse - Tham Kong Lo

Anderhalve week in Laos en we hebben nu al het gevoel dat we dit stukje Zuid-Oost-Azie inderdaad niet konden laten liggen. Relaxen op een eilandje in de Mekong, een motorreis op een plateau en een boottocht door een gigantische grot: dit voelt geenszins aan als zomaar een leuk bijkomstigheidje.

We begonnen op Don Det, een van de vele eilanden van een gebied dat Si Phan Don wordt genoemd, een verzameling eilanden in de Mekong. De vertaling van Si Phan Don luidt "Vierduizend Eilanden" al is vierduizend lichtjes aan de optimistische kant (tenzij je alle struikjes in het water ook als eiland gaat meetellen). Zijnde een "backpacker's paradise" brachten we onze dagen lui en in het gezelschap van andere jeugdige reizigers door. De mogelijkheid om voor een prikje je fruitshake, je koffie of zelfs je puree 'happy' te maken, geeft een goed beeld van de sfeer op het eiland.
Hoewel de randen van het eiland ingepalmd zijn door hostels - aan de oostkant liggen de "sunrise guesthouses", aan de westkant de "sunset guesthouses" - is de kern van het eiland mooi intact gebleven en kan je er rustig fietsen door rijstvelden.

Qua bezienswaardigheden viel de stad Pakse nogal zwak uit en we vertrokken dan ook snel en in het gezelschap van Julian, een Duitser die we hadden ontmoet op Don Det, op een tweedaagse brommertocht door het Bolaven Plateau. Zeer mooi en spectaculair, maar op dag twee bracht de laatste van een hele reeks venijnige, moeilijk zichtbare putten in een eindeloze zandweg een abrupt en minder leuk einde met zich mee. Gelukkig waren wij en de brommer na de val nog in goede staat en konden we op eigen kracht het dichtstbijzijnde hospitaal bereiken voor een kleine oplapbeurt.
Na aankomst in Pakse was een rustdagje aangewezen.

Hierna trokken we door Centraal Laos met als bestemming de befaamde Tham Kong Lo: een grot met spectaculaire dimensies (7 km lang en op sommige plaatsen 100m hoog en/of breed). Indrukwekkend, onvergetelijk, uniek en griezelig zijn dan ook enkele trefwoorden die het boottochtje in de grot goed omschrijven; iets waarin de foto's van binnenin waarschijnlijk tekortschieten.
Hoewel we op weg naar de grot vaak leken te reizen door een toeristisch niemandsland was het landschap vaak minstens even indrukwekkend als de grot zelf.

zondag 9 januari 2011

Siem Reap - Kratie - Ban Lung

Het reizen tussen de verschillende steden is niet bepaald een prettig aspect aan deze reis - temeer omdat het reiscomfort hier vaak ronduit schabouwelijk is - maar de boottocht tussen Battambang en Siem Reap was een aangename uitzondering op deze regel. Het comfort liet nog altijd te wensen over maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de vaak adembenemende zichten van het leven op en rond het water.

Siem Reap heeft in feite slechts één noemenswaardige bezienswaardigheid, maar gelukkig niet de minste: de tempels van Angkor. We laten de foto's voor zich spreken - veel valt hier tenslotte toch niet over te vertellen. Of we proberen het met een aantal woorden: spectaculair, prachtig, veel toeristen.
Verder lieten we ons in Siem Reap (behoorlijk stevig) masseren door een blinde masseur in één van de vele "Seeing Hands Massages" en bleek deze stad met zijn duizenden toeristen een prima plek om het westers nieuwjaar te vieren.

Na de toeristische klepper van Cambodja - en waarschijnlijk zelfs van heel Zuid-Oost-Azië - was het tijd voor het tegenovergestelde: een bezoekje aan het toeristisch onontgonnen oosten. Laten we niet te romantisch zijn, de bezienswaardigheden zijn dan ook in verhouding met de hoeveelheid toeristen.

In het slaapstadje Kratie gingen we de ernstig bedreigde Irrawaddy dolfijntjes spotten. (Voor goede foto's van deze kwiekerds verwijzen we jullie door naar Google: het spotten van de dolfijnen was al moeilijk genoeg.) Na beschermingsmaatregelen hebben de vissers die vroeger op de dieren jaagden voor hun olie, het over een andere boeg gegooid en verdienen ze nu (meer) geld als gids voor toeristen en beschermer van deze bedreigde diersoort. Het moment dat een groep van een achttal dolfijnen opduikte op twintig meter afstand van ons bootje, maakte het bezoek aan Kratie dik en dubbel waard.

De voorlopig ellendigste busrit bracht ons naar het volgende slaapstadje, Ban Lung, en daar schreven we ons in voor een driedaagse en behoorlijk intense jungletrekking. Samen met drie meisjes, een gids en een lokale ranger gingen we het avontuur tegemoet. We dronken water uit de rivier (weliswaar op voorhand zorgvuldig gekookt) en aten vissen en kikkers die onze ranger ter plekke voor ons had gevangen. We sliepen één nacht in de jungle en de andere nacht bij een stam. We beklommen bergen en daalden ze daarna opnieuw af en bij elke tussenstop stonden we nat in het zweet. Groot was dan ook het genot toen we na drie dagen getrakteerd werden op een douche in ons guesthouse.

Onze laatste dag in Cambodja brachten we rustig door aan een perfect cirkelvormig meer met kristalhelder water. Vanaf morgen zitten we in Laos!

PS: Ere wie ere toekomt. Vijf foto's selecteren uit al onze foto's van Angkor zou heiligschennis zijn. Vergeet dus vooral geen kijkje te nemen in het extra album op Picasa.

woensdag 29 december 2010

Nieuws!

Tussen de verschillende tempels van Angkor door maken we een klein berichtje wereldkundig.
Aangezien we het hier zo naar onze zin hebben, besloten we om onze reis met zes weken te verlengen en ook Laos intensief te ontdekken.
Schrap die 18 januari uit jullie agenda; nieuwe datum van terugkomst is 1 maart.
Tot dan!

zondag 26 december 2010

Kampot/Kep - Phnom Penh - Battambang

De meesten kennen Cambodja vooral of enkel van Angkor Wat - toegegeven, wij tot voor kort ook - maar dat weerhield ons niet om de minder bekende plekken in dit land te bezoeken. De hoofdstad Phnom Penh is uiteraard een belangrijke toeristische trekpleister en als dusdaning zeer bekend, maar had u al gehoord van Kampot, Kep of Battambang?

Kampot bereikten we met de hulp van twee brommer-taxi's vanuit Ha Tien, een stadje in Vietnam langs de grens met Cambodja. Na het verkrijgen van ons visum was het een klein uurtje achterop de brommer tot we arriveerden in dit rustige en verbazend onspectaculaire stadje.
We bezochten er een verlaten, Frans-kolonistisch spookstadje vanuit een - volgeladen met een vijftiental andere toeristen - laadbak van een truck.
Verder maakten we een dagtripje met de brommer naar het naburige Kep. Onderweg bezochten we enkele grotten annex tempels, hetgeen doorgaans leidde tot niet geheel risicoloos klauterwerk onder begeleiding van enkele gidsen (meestal kinderen). Op het einde van de dag aten we in Kep de befaamde krab met Kampot peper en het moet gezegd dat de faam niet onterecht is. Of hoe een simpele maaltijd het hoogtepunt van een op zich al redelijk spectaculaire dag kan zijn.

Hadden we al laten weten dat de gemiddelde Aziatische grootstad niet echt dolle pret is? Zo. Dit plaatst de dingen wat in perspectief als we stellen dat Phnom Penh best een aangename stad was.
We doken intensief in de duistere, recente geschiedenis van Cambodja ten tijde van Pol Pot door een bezoek te brengen aan het Tuol Sleng museum en de Killing Fields van Choeung Ek. Het Tuol Sleng museum is een schoolgebouw dat tijdens het bewind van de Khmer Rouge gebruikt werd om gevangenen te folteren en te vermoorden; Choeung Ek is in wezen een boomgaard die dienst deed om gevangenen vanuit Tuol Sleng te deporteren en om te brengen. Behoorlijk zwaarmoedige kost.
's Anderendaags bekeken we het leven weer van zonniger kant bij het aanschouwen van het Koninklijk Paleis en de Zilveren Pagoda in Phnom Penh alvorens koers te zetten naar Battambang.

In Battambang - qua Aziatische alledaagsheid goed vergelijkbaar met Kampot - volgden we voor de tweede keer een kookcursus en maakten we, comfortabel achterin de 'motor-remork' van onze gids, een dagtrip rondom de stad. We namen een kijkje in een krokodillenkwekerij, zagen hoe rijstnoedels, -papier en vispasta worden gemaakt en bezochten een tempelcomplex op een heuvel - tevens een andere plek waar de Khmer Rouge de minste tegenstand massaal executeerde. Tot slot maakten we een ritje op de 'bamboe-trein'.
Qua absurdheid kan echter de avond van deze dagtrip rekenen op een stek in de voorlopige top drie. We werden door onze gids uitgenodigd voor een trouwfeest en zo bevonden we ons enkele uren later, in het gezelschap van drie andere niet-Cambodjanen, in een feesttent. And they sure know how to put the party in wedding party. Bij het begin van elke nieuwe gang (in totaal zeven) en bij elke andere minste aanleiding staken ze hun bier in de lucht: bottoms up! (De truuk was om zoveel mogelijk ijs in je bierglas te doen.) Niet verrassend dat de tent rond 21u al veel gelijkenissen vertoonde met de Waaiberg op donderdagnacht 5u.
Rare jongens, die Cambodjanen.

vrijdag 17 december 2010

Ho Chi Minh Stad - Mekong Delta - Phu Quoc

We hadden al geleerd uit onze ervaringen in Hanoi en ons bijgevolg voorgenomen zo weinig mogelijk tijd door te brengen in die andere grote stad in Vietnam, Ho Chi Minh Stad. Saigon - want zo noemen de Zuid-Vietnamezen hun hoofdstad toch nog altijd het liefst - viel ons eigenlijk nog goed mee. Het verkeer wordt weliswaar nog onverbiddelijker dan in Hanoi geregeerd door keizer bromfiets, maar de straten en trottoirs zijn ruimer, waardoor een wandeling in de stad minder verstikkend aanvoelt.
Van hieruit bezochten we de Cu Chi tunnels, een complex van ondergrondse tunnels dat tijdens de Amerikaanse oorlog door de Noord-Vietnamezen gebouwd en gebruikt werd als verblijfplaats en om militaire acties voor te bereiden. Verder was het even slikken bij de talrijke confronterende foto's van en over de Amerikaanse oorlog in het War Remnants Museum.

Ondertussen waren we aangekomen in het dichtstbevolkte en vruchtbaarste deel van Vietnam, de Mekong Delta. We bezochten er de steden Vinh Long, Can Tho en Chau Doc. In elk van deze drie steden huurden we een bootje om het leven op en rond het water te verkennen. Zo bezochten we achtereenvolgens een met kanalen doorgroefd en vruchtbaar eiland (in Vinh Long), de grootste drijvende markt in Vietnam (in Can Tho) en een drijvend dorp (in Chau Doc).
Tenslotte waagden we ons aan de beklimming van de berg Sam in Chau Doc; nat in het zweet genoten we nog na van onze prestatie in een hangmat met op de achtergrond de ondergaande zon en een spectaculair uitzicht over Cambodja.

Na dit behoorlijk hectische schema was het tijd voor een kleine vakantie in onze vakantie en hiervoor was het eiland Phu Quoc het ideale toevluchtsoord. "The next big thing" vertelde onze reisgids. Vrij vertaald: het heeft alle mogelijkheden om het nieuwe massatoerisme-paradijs te worden, maar is het voorlopig - en gelukkig - nog niet. De keerzijde van de medaille is dan weer wel dat de verkeersinfrastructuur bestaat uit zandwegjes en wegen in opbouw, en dat de elektriciteit het wel eens durft afweten.
Wij kwamen, zagen en waren verkocht.

En zo zijn we ondertussen weer opgeladen, en klaar voor het volgende avontuur: Cambodja!